Mirjam gaat namens Terre des Hommes stage lopen in Bolivia bij lokale projectpartner MAP International. MAP International is sinds 1988 actief in Bolivia met als doel kinderen en adolescenten met een handicap opnieuw kennis te laten maken met de samenleving. Dit doet MAP International door de kennis en attitudes van de kinderen te verbeteren en hun zelfvertrouwen te versterken.
Mirjam gaat de lokale staf begeleiden bij het herstelproces van de kinderen in de gemeenschap. Ook de familie van het kind wordt hier nauw bij betrokken.
Het is ongelooflijk maar waar, mijn stage in Bolivia zit er al weer op. De laatste twee maanden zijn ontzettend snel gegaan, vooral omdat ik de laatste tijd erg gewend ben geraakt aan mijn Boliviaanse leven.
Ook op mijn werk was de laatste maand eigenlijk de meest waardevolle en heb ik eigenlijk nu pas het gevoel dat mijn werk hier begint. De eerste maanden was ik toch vooral bezig met wennen aan de taal en de cultuur en leren hoe de organisatie werkt. In december volgde kerst en de Zuid-Amerikaanse zomervakantie en pas sinds het begin van dit jaar heb ik echt het gevoel dat ik onderdeel ben van het team.
Gelukkig heb ik in januari veel kansen gehad om me nuttig te maken, ik heb onder andere een aantal cursussen gegeven; aan het team over autisme, een beperking die hier nog niet echt bekend is, aan een groep leraren over aanpassingen in het schoolcurriculum voor kinderen met een beperking, die hier veelal in het reguliere onderwijs moeten meedraaien omdat er geen speciaal onderwijs is, en aan een groep artsen in de bergen heb ik uitleg gegeven over cognitieve beperkingen, waar medisch gezien niet veel aan te doen is maar wat zij wel moeten kunnen herkennen in hun eigen dorpjes.
Daarnaast heb ik ook mee kunnen denken over een aantal verbeteringen binnen het programma ‘Aprendiendo de las diferencias’ (AD), het programma van MAP Internacional waar ik de afgelopen vijf maanden kennis mee heb kunnen maken. Toch was het grootste deel van de stage een leerervaring voor mij. En ik heb ontzettend veel geleerd. Niet alleen over mezelf en het werken in een ander land, maar ook over de Boliviaanse cultuur en hoe deze cultuur van invloed is op het leven van mensen met een beperking. In Bolivia bestaat vrijwel geen sociale zekerheid, voor mensen met een beperking zijn er helemaal geen voorzieningen. Dat betekent dat zij zich hun hele leven lang zelf moeten kunnen redden.
Wat in een samenleving als die van Bolivia, waar meer dan de helft van de mensen in armoede leeft, eigenlijk bijna altijd betekent dat deze personen door hun familie als een last worden gezien, als iemand die niets kan, nooit iets zal leren en waar ze hun hele leven voor moeten zorgen. De belangrijkste taak van AD is dan ook om deze gedachten te veranderen. Want natuurlijk is het niet zo dat mensen met een beperking niets kunnen toevoegen aan de samenleving. Met een beetje hulp en wat kleine aanpassingen kunnen ook zij vaak in hun eigen onderhoud voorzien en economisch gezien een toevoeging zijn voor hun familie. Vandaar dat we vele families en dorpjes hebben bezocht, om de families, de dorpelingen, de leraren, de artsen en de dorpsvertegenwoordigers te laten zien dat er vele mogelijkheden zijn voor personen met een beperking.
Ik denk dat AD in de dorpjes in Morochata waar ze inmiddels al een aantal jaren actief zijn al heel veel hebben bereikt, maar ik denk ook dat er nog heel veel Boliviaanse dorpjes zijn waar nog genoeg werk te doen is. Ik ben in ieder geval heel trots dat ik vijf maanden onderdeel heb mogen zijn van AD en MAP Internacional en dat Terre des Hommes mij de kans heeft gegeven om deze cultuur en deze manier van werken te leren kennen. Het was een ervaring die ik nooit ga vergeten!
Het is ongelooflijk maar waar, mijn stage in Bolivia zit er al weer op. De laatste twee maanden zijn ontzettend snel gegaan, vooral omdat ik de laatste tijd erg gewend ben geraakt aan mijn Boliviaanse leven.
Ook op mijn werk was de laatste maand eigenlijk de meest waardevolle en heb ik eigenlijk nu pas het gevoel dat mijn werk hier begint. De eerste maanden was ik toch vooral bezig met wennen aan de taal en de cultuur en leren hoe de organisatie werkt. In december volgde kerst en de Zuid-Amerikaanse zomervakantie en pas sinds het begin van dit jaar heb ik echt het gevoel dat ik onderdeel ben van het team.
Gelukkig heb ik in januari veel kansen gehad om me nuttig te maken, ik heb onder andere een aantal cursussen gegeven; aan het team over autisme, een beperking die hier nog niet echt bekend is, aan een groep leraren over aanpassingen in het schoolcurriculum voor kinderen met een beperking, die hier veelal in het reguliere onderwijs moeten meedraaien omdat er geen speciaal onderwijs is, en aan een groep artsen in de bergen heb ik uitleg gegeven over cognitieve beperkingen, waar medisch gezien niet veel aan te doen is maar wat zij wel moeten kunnen herkennen in hun eigen dorpjes.
Daarnaast heb ik ook mee kunnen denken over een aantal verbeteringen binnen het programma ‘Aprendiendo de las diferencias’ (AD), het programma van MAP Internacional waar ik de afgelopen vijf maanden kennis mee heb kunnen maken. Toch was het grootste deel van de stage een leerervaring voor mij. En ik heb ontzettend veel geleerd. Niet alleen over mezelf en het werken in een ander land, maar ook over de Boliviaanse cultuur en hoe deze cultuur van invloed is op het leven van mensen met een beperking. In Bolivia bestaat vrijwel geen sociale zekerheid, voor mensen met een beperking zijn er helemaal geen voorzieningen. Dat betekent dat zij zich hun hele leven lang zelf moeten kunnen redden.
Wat in een samenleving als die van Bolivia, waar meer dan de helft van de mensen in armoede leeft, eigenlijk bijna altijd betekent dat deze personen door hun familie als een last worden gezien, als iemand die niets kan, nooit iets zal leren en waar ze hun hele leven voor moeten zorgen. De belangrijkste taak van AD is dan ook om deze gedachten te veranderen. Want natuurlijk is het niet zo dat mensen met een beperking niets kunnen toevoegen aan de samenleving. Met een beetje hulp en wat kleine aanpassingen kunnen ook zij vaak in hun eigen onderhoud voorzien en economisch gezien een toevoeging zijn voor hun familie. Vandaar dat we vele families en dorpjes hebben bezocht, om de families, de dorpelingen, de leraren, de artsen en de dorpsvertegenwoordigers te laten zien dat er vele mogelijkheden zijn voor personen met een beperking.
Ik denk dat AD in de dorpjes in Morochata waar ze inmiddels al een aantal jaren actief zijn al heel veel hebben bereikt, maar ik denk ook dat er nog heel veel Boliviaanse dorpjes zijn waar nog genoeg werk te doen is. Ik ben in ieder geval heel trots dat ik vijf maanden onderdeel heb mogen zijn van AD en MAP Internacional en dat Terre des Hommes mij de kans heeft gegeven om deze cultuur en deze manier van werken te leren kennen. Het was een ervaring die ik nooit ga vergeten!
Inmiddels ben ik, ongelooflijk maar waar, al op de helft van mijn stage, al 2,5 maand in Cochabamba! De tijd gaat ontzettend snel, maar dat is natuurlijk een goed teken want dat betekent dat ik het naar mn zin heb! En dat is zo, ik ben aardig gewend aan mijn leventje hier. Door de week ben ik druk met mijn werk bij MAP en heb ik ’s avonds of Spaanse les of ga ik sporten en in het weekend doe ik leuke dingen met vriendinnen. Ik heb inmiddels een paar vriendinnen, waaronder één Nederlands waarmee ik heel fijn ervaringen kan uitwisselen en lekker Nederlands kan kletsen. Want af en toe is het wel eenzaam, ik ben hier natuurlijk toch helemaal alleen. En gelukkig woon ik bij een leuk gezin in huis, heb ik dus mijn vriendinnen hier en heb ik op zondag de skypesessies met familie en vriendinnen! En trouwens, deze ervaring had ik voor geen goud willen missen, want interessant is het zeker!
Wat tot nu toe het meeste indruk heeft gemaakt is het 3-daagse bezoek aan een van de dorpjes in de bergen. Samen met mijn collega Jaime, die fysiotherapeut is, heb ik één van de promotores van het programma bezocht om samen met hem alle families waar hij verantwoordelijk voor is te bezoeken en te kijken hoe het met hun gaat. Na een hobbelende busreis van 5 uur dwars door de bergen kwamen we aan in het dorpje Parte Libre.
Een ontzettend mooi dorpje, alles is groen, af en toe een huisje, veel dieren (paarden, koeien, schapen, varkens, honden, vanalles heb ik gezien) en fantastische uitzichten! Vanaf Parte Libre moesten we nog ongeveer een uur lopen naar het volgende dorpje, Linde, waar de promotor woont.
Dat was nog best pittig, met al onze bagage en af en toe een kleine klim. Ongelooflijk hoe snel je buiten adem bent op deze hoogte. We kwamen aan bij het huisje van Andrés, of eigenlijk huisje/winkeltje, want zijn ‘woonkamer’ is tevens een winkeltje. Omdat Andrés 1 keer in de maand naar het kantoor van MAP in de stad moet om te rapporteren over zijn activiteiten, heeft hij een handeltje opgezet.
Hij verkoopt voornamelijk flessen frisdrank en snoep, waar de mensen in het dorpje erg blij mee zijn want dat is daar anders niet te verkrijgen. Het huisje/winkeltje is een ruimte van 3x3 waarin hij al zijn voorraden heeft opgeslagen. Daarnaast heeft hij in de ene hoek een tvtje (er is electriciteit) en in de andere hoek heeft hij zijn keukentje, wat bestaat uit een gasstelletje van 2 pitten en een jerrycan met water (stromend water is er niet). Daarnaast heeft hij nog een slaapkamertje waar precies een eenpersoonbed in past en dat is zijn hele huis. Zijn wc (een gat in de grond) is een hokje buiten een stukje van zijn huis en een stukje verder de andere kant op is een bron waar hij water kan halen en zich kan wassen.
Je kan je voorstellen dat dit voor mij, met mn appartement met eigen badkamer en zwembad, toch wel een beetje afzien was, 3 dagen zonder douche en wc.. Ik heb het overleefd, maar heb eerst een half uur onder de douche gestaan toen ik terug kwam! Maar voor de mensen daar is het normaal, zij missen niets omdat ze niet anders gewend zijn. Ze leven in zelfgebouwde huisjes en zijn tevreden met wat ze hebben. Elke familie leeft van de landbouw, ze hebben een stukje grond waar ze vooral aardappelen verbouwen. Groentetuintjes zijn nog niet zo ingeburgerd, dat probeert MAP te veranderen door zaadjes uit te delen en de mensen te leren hoe ze hun eigen moestuintje kunnen onderhouden. Heel noodzakelijk, want het eten is erg eenzijdig en daarom komt er veel ondervoeding voor. Vlees eten ze bijna niet in de bergen, want ze hebben hun dieren nodig op het land of voor melk en eieren.
Daarnaast weven de vrouwen kleden die ze verkopen, in veel huisjes was een ruimte met een zelfgemaakt weefapparaat waar aan ontzettend mooie gekleurde kleden werd gewerkt. In ongeveer 2 weken tijd maken ze een kleed. Ook breien, haken enz kunnen ze als geen ander, en dan helemaal vanaf het begin. We stonden met een oudere vrouw te praten die ondertussen een zak wol aan het spinnen was en die later haar supermooie zelfgemaakt sjaal demonstreerde.
We hebben in 3 dagen tijd ongeveer 10 personen bezocht met een bepaalde beperking, variërend van een meisje met leerproblemen tot een oudere man met ongelijke benen. Het meisje met leerproblemen is ‘nieuw’ binnen het programma, voor haar gaan we de hulp dus opzetten. We gaan kijken wat precies het probleem is, wat voor hulp ze nodig heeft en het belangrijkste, hoe we haar docent kunnen helpen. Het principe van het programma van MAP is dat de mensen zelf leren wat ze kunnen doen, het is dus niet de bedoeling dat we zelf behandelingen gaan uitvoeren.
Dat is wel een beetje wennen voor mij, ik ben gewend om in een instelling te werken, vaak wil ik zelf een heleboel doen maar dat is dus niet de bedoeling. Daarnaast hebben we ook een aantal personen met een fysieke beperking bezocht, de man met ongelijke benen heeft eerder krukken gekregen en door veel fysiotherapeutische oefeningen kan hij zich inmiddels over zijn hele terrein vrij bewegen. Een hele verbetering met daarvoor, want eerder lag hij alleen maar in bed omdat hij niet kon lopen.
Dit is het belangrijkste doel van het programma, dat we de mensen helpen om zichzelf zo goed mogelijk te redden in het ‘normale’ leven. Hier heb je geen AWBZ, mensen met een beperking moeten zichzelf onderhouden en daarom, en ook zodat ze geen ‘last’ zijn voor hun familie, is het belangrijk dat ze op wat voor manier dan ook qua arbeid iets kunnen toevoegen. De mensen die ik heb gezien hebben allemaal al erg geprofiteerd van de hulp van MAP, heel mooi om te zien dat je met een beetje hulp zo’n groot verschil kan maken in hun leven.
Mijn taak is om deze vooruitgang in kaart te brengen. Ik heb met eigen ogen gezien hoeveel de mensen die hulp krijgen van MAP vooruit zijn gegaan.. Ik heb een systeem ontworpen waarmee de promotores alle activiteiten en hulp die ze de personen met een beperking bieden makkelijk kunnen registreren, zodat ze op het kantoor van MAP elk kwartaal een overzicht krijgen van de uitgevoerde activiteiten en de voortgang. Ik heb inmiddels een cursusje gegeven over dit systeem, de mensen op kantoor zijn heel enthousiast maar de promotores, die toch met het nieuwe systeem moeten gaan werken, vinden het nog wat lastig.
Daarom ga ik me de resterende tijd bezig houden met het invoeren van het systeem, wat er een beetje op neer komt dat ik de promoteres ga ondersteunen met het opstellen van behandelplannen voor de personen met beperkingen. Maar daarvoor moet ik wel naar de dorpjes in de bergen toe, en dat kan de komende 2 maanden niet vanwege het regenseizoen. Dus het is nog even de vraag hoe ik dat precies ga doen. Het is namelijk wel de bedoeling dat ik ze ondersteun, en niet dat ik alles op kantoor uitwerk en het ze vervolgens mee geef. Zij zijn degenen die er uiteindelijk mee moeten werken, daarom moeten we er nu flink mee oefenen. Ik hoop dat het gaat lukken en dat ze er als ik weg ga zelfstandig mee kunnen werken!
De eerste drie weken van mijn stage bij MAP Internacional in Cochabamba zitten er op! En ik moet zeggen, ik ben al redelijk gewend. Ik heb het erg naar mijn zin op mijn werk, mijn Spaans gaat redelijk en ik begin de stad een beetje te kennen.
Cochabamba is een stad van tegenstellingen; berg en dal, arm en rijk, heet overdag en ’s nachts koel. De stad ligt in een dal, met aan alle kanten de bergen er omheen. Vanuit mijn slaapkamer (met geweldig uitzicht want ik woon op de zevende verdieping van een appartementencomplex) recht tegenover mijn raam zie ik Cristo de la Concordia, het grootste Christusbeeld ter wereld (echt waar, 44cm groter dan die in Rio). Dit beeld staat bovenop een van de bergen, zodat je hem vanuit bijna elke plek in de stad kunt zien.
Op de flanken van de bergen zijn de buitenwijken van Cochabamba. Hier geldt, hoe hoger je de berg op komt, hoe armer de mensen zijn. Het kantoor van MAP bevindt zich in de buitenwijk Chilimarca, ongeveer 20 minuten met de bus vanaf mijn huis in de stad. MAP is gevestigd in een ‘Centro Medico’, waar de mensen uit de wijk naartoe kunnen gaan voor medische zaken. Naast een dokter en een tandarts is er ook een schooltje voor de kinderen uit de wijk. MAP heeft verschillende projecten, ik werk voor het programma ‘Aprendiendo de las diferencias’ wat zoiets betekent als ‘Leren van verschillen’.
Dit programma werkt aan de integratie van kinderen met een beperking, volgens de principes van ‘Community Based Practice’ (CBP). In de praktijk betekent dit dat de kinderen vanuit het kantoor van MAP worden ondersteund, we kijken wat het kind nodig heeft qua therapieën en behandelingen en we stellen een plan op, maar dat verder de uitvoering van het plan zoveel mogelijk binnen de eigen gemeenschap van het kind wordt gedaan. MAP probeert hiermee ook een stukje bewustzijn te creëren en de mensen kennis bij te brengen over beperkingen.
Vaak wordt een beperking nog gezien als een straf van God, of als resultaat van iets magisch. MAP geeft daarom voorlichting over de preventie van beperkingen, maar ook over de mogelijkheden van mensen met een beperking. Vooral in de kleine gemeenschappen in de bergen is het erg belangrijk dat mensen leren dat ook mensen met een beperking hun bijdrage kunnen leveren aan de gemeenschap, anders worden ze overal buiten gehouden. Het programma draait dus eigenlijk om het verhogen van de kwaliteit van leven van mensen met allerlei soorten beperkingen.
CBP houdt voor dit programma in dat mensen uit de gemeenschappen worden opgeleid door MAP tot ‘Promotor’, een soort van gezondheidsvertegenwoordigers. Ze leren in een cursus van een paar weken zoveel mogelijk over beperkingen, ze krijgen les in medische zaken en fysiotherapie, en ze leren hoe ze de mensen kunnen helpen door bijvoorbeeld zelf speelgoed of werktuigen te bouwen voor de mensen met een beperking. De promotors zijn de mensen die dagelijks in hun eigen gemeenschap aan het werk zijn. In totaal zijn er vijf promotors en ik heb vijf directe collega’s die de promotors ondersteunen met elk hun eigen specialisatie; een psycholoog, een pedagoog, een fysiotherapeut, een verpleegkundige en een landbouwdeskundige.
Er was in eerste instantie wat onduidelijkheid over wat ik kwam doen bij MAP. Ze vroegen me ‘Wat is je beroep en wat kan je hier doen?’ Nou, probeer dat maar eens uit te leggen met slechts 8 lessen en wat zelfstudie Spaans! Ik kon wel uitleggen dat ik pedagoog ben, orthopedagoog kennen ze hier niet, maar goed ze hadden al een pedagoog en een psycholoog dus wat ik dan precies kwam doen? Op mijn tweede werkdag besloot ik om mijn doelen voor de komende vijf maanden op te stellen. Daarmee hoopte ik dat het voor mijn collega’s (maar ook voor mezelf want ik begon inmiddels een beetje te twijfelen, wat kwam ik eigenlijk doen?) duidelijker zou zijn wat ik kan betekenen voor MAP.
Maar na twee dagen beleidsstukken lezen, dossiers doornemen, navraag doen over de werkwijze en een hoop vertalen had in mijn doelen in het Spaans op papier! Met mijn Spaanse c.v. erbij was het gelukkig aan het einde van de tweede dag voor iedereen duidelijk wat ik kwam doen. In het kort komt het er op neer dat ik een kwalitatief onderzoek ga uitvoeren om de effecten van het programma in kaart te brengen. Hopelijk lukt me dat. Daarnaast is het ook nodig om de vooruitgang per kind bij te houden. Het is belangrijk om in één oogopslag te kunnen zien waar aan wordt gewerkt met het kind, óf het werkt en wat er nog meer nodig is. Het is heel belangrijk om dat op een simpele manier bij te kunnen houden, want er zijn 200 kinderen en er is weinig tijd. Ik heb slechts wat ideeën over hoe ik dit ga vormgeven, maar gelukkig heb ik nog een aantal maanden de tijd om hierover na te denken.
Tot zover het kantoorwerk, daarnaast gaan de collega’s die op kantoor werken ongeveer één keer in de drie maanden mee om de kinderen te bezoeken samen met de promotors. Dit komt neer op ongeveer 1 à 2 kinderen per week. Ik ben al mee geweest om drie kinderen te bezoeken, allemaal in de wijk Chilimarca, wat verder de wijk in en dus hoger de berg op. De mensen zijn ondanks de armoede erg gastvrij en blij dat we komen om hun kinderen te helpen met hun ‘probleem’. De meeste families wonen in zelfgebouwde huizen en hebben geen stromend water. Een groot verschil met de stad, het geeft ook een heel vreemd gevoel om daarna weer ‘thuis’ te komen in een appartement met zwembad en drie badkamers..
Daarnaast geeft MAP voorlichting in de dorpen verder de bergen in. Dat gebeurt meestal in het weekend, omdat de mensen het door de week te druk schijnen te hebben met hun werk. Grappig dat ze zelfs zover de bergen in ‘door de week’ en ‘weekend’ bestaat. Omdat die dorpen zo afgelegen zijn, vertrekken ze al heel vroeg en komen ze ’s avonds pas laat weer terug. Maar sommige projecten zijn zo ver dat ze er 3 of 4 dagen voor moeten uittrekken! Ook nemen ze veel eten mee, zodat ze zeker weten dat er veel mensen naar de voorlichtingsbijeenkomst zullen komen.
Het voorlichtingsmateriaal bestaat uit tekeningen van bv. ziektes, bevallingen, opvoedingssituaties. Bijna iedereen op het kantoor spreekt Quechua, een lokale taal die de mensen in de bergen spreken. Ik heb nu al heel veel respect voor mijn collega’s van MAP, ze werken erg hard om de mensen in hun land die minder bevoorrecht zijn te helpen. Afgelopen week ben ik voor het eerst mee geweest naar een project in de bergen. Het dorpje waar we heen gingen was niet zo ver, we konden in 1 dag heen en weer. We vertrokken ’s ochtends om half 6, eerst met de auto naar een stadje op ongeveer een half uur rijden vanaf Cochabamba en daarna nog 3 uren in de bus. De bus reed dwars door de bergen, eerst ging het rustig omhoog maar daarna met haarspeldbochten langzaamaan steeds hoger. De weg hebben ze uitgehakt, en het is geen asfalt maar keien, dat betekent 3 uren lang hobbelen, maar wel met een geweldig uitzicht! Ik heb mijn ogen uitgekeken.
Ik dacht dat ik het eng zou vinden, zo’n smal weggetje met een afgrond ernaast en zonder vangrail. Maar gek genoeg vond ik het helemaal niet eng. We gingen steeds verder omhoog, op een gegeven moment waren we zo hoog dat er alleen nog maar rots om ons heen was. Aan de andere kant van de berg gingen we weer naar beneden, over zo’n zelfde slingerweg, en daar begon het langzaam weer wat groener te worden en er verschenen langzaamaan weer wat huisjes en mensen. De mensen werken daar echt met de natuur, dat moet ook wel natuurlijk zo ver van de bewoonde wereld. Ik zag mensen op de akkers met zo’n pikhouweel het land ploegen, mensen met een paar koeien of met ezels.
Na ongeveer 3 uren hobbelen kwamen we aan in Morochata, opeens een dorpje in de middle of nowhere. Er was een dorpsplein met een kerk, een school, een buurtcentrum en een parkje in het midden en verderop een winkelstraatje en een ziekenhuis. Een heel vreemde ervaring om ineens in zo’n dorpje te zijn waar ze alles hebben na zo’n lange tijd niets anders te hebben gezien dan bergen en rotsen. Ik was met twee collega’s en ze waren daar om een aantal belangrijke mensen uit het dorp te ontmoeten en te vertellen over het programma. We hebben de directeur van de school gesproken en een aantal artsen uit het ziekenhuis. Ik heb echt ontzettend veel respect voor mijn collega’s, want het is echt ongelooflijk hoeveel moeite ze moeten doen om de gemeenschappen überhaupt te bereiken, en dan begint het werk eigenlijk pas!
Tot de volgende keer!
Daar gaan we weer! Spullen inpakken, zoveel mogelijk in de backpack en wat niet mee gaat in dozen die voor de tweede keer in zeven maanden tijd bij mn vader op zolder worden gestald. Ik heb inmiddels mijn eigen opslagplekje op de zolder, ideaal. Voor mijn ouders was het wel even slikken, ‘ga je nou weer zo lang naar het buitenland?’ en ‘Is er hier in Nederland niet een leuke baan?’. Maar nee, sorry pap en mam, het buitenland roept! Ik denk dat als je eenmaal een buitenlandse studie/werk/reiservaring hebt gehad, je voor het leven getekend bent en het altijd zal blijven kriebelen om zoiets nog eens te doen.
Als ik tenminste op mijn eigen ervaringen en die van de mensen om me heen mag afgaan. En daarom, toen deze kans zich voordeed hoefde ik niet lang na te denken! ‘Stage sociaal pedagoog – Bolivia’, dat ben ik! Het schrijven van de sollicitatiebrief ging zonder moeite, deze stage past zo goed bij mij, bij mijn opleiding, bij mijn werkervaringen, bij mijn eerdere stage en bij mijn toekomstplannen, die brief was zo getypt.
Ik was dan ook heel erg blij toen ik gebeld werd en werd uitgenodigd voor een gesprek. Je weet toch nooit of andere mensen ook inzien hoe goed deze stage bij mij past en of ik dat allemaal duidelijk heb kunnen overbrengen in mijn brief. Voor het gesprek moest ik drie uren in de trein van Groningen naar Den Haag. Man, wat kan je je jezelf dan zenuwachtig maken! Gelukkig had ik wat leesvoer mee voor de afleiding en grappig genoeg waren de zenuwen vrijwel verdwenen toen ik in Den Haag uitstapte.
Het gesprek met Remco en Kirsten van Terre des Hommes vond ik vooral erg leuk. Dat was echt mijn eerste gedachte toen ik buiten stond, wat een leuk gesprek. Remco had hele grappige en verassende vragen, totaal anders dan ik had verwacht want het hele gesprek ging eigenlijk over mij persoonlijk en was veel minder inhoudelijk dan ik had verwacht. Maar daarom wel een heel leuk gesprek (altijd leuk om over jezelf te mogen praten;-)
Tijdens de wederom 3 uur durende terugreis kwam de twijfel ineens op, is het wel allemaal goed overgekomen? Heb ik wel ‘de juiste’ antwoorden gegeven? Maar goed, niks meer aan te doen, afwachten maar! De volgende dag moest ik werken. Ik werk op een groep van acht mannen met verstandelijke beperkingen binnen een instelling voor gehandicaptenzorg. Tijdens het eten hoorde ik mijn telefoon afgaan in mijn tas. Veel heb ik niet meer gegeten tijdens die maaltijd, en zodra er even een momentje was heb ik, met enigszins trillende handen, Remco teruggebeld.
Hij begon heel serieus en zei toen ineens ‘ik mag je feliciteren’. Nou, wat er dan door je heen gaat, ik heb er nog steeds geen woorden voor. Dat had ik op dat moment ook niet, ik kwam niet verder dan ‘Ow echt waar, meen je dat? Echt waar?’. Gelukkig had ik mijn collega’s om dit mee te delen en kon ik even een momentje nemen om mijn ouders en vriendinnen te bellen. ‘Ik ga een half jaar naar Bolivia voor Terre des Hommes!’
Nu ik dit allemaal zo opschrijf, besef ik ook hoe snel de afgelopen twee maanden zijn gegaan. Vanwege de vakantieperiode was het erg druk op mijn werk en heb ik veel meer gewerkt dan normaal. Daarbij kwam natuurlijk de actie voor Sp!ts waarbij we onze stage moesten promoten. In het organiseren van de samenspeeldag is ook veel tijd gaan zitten (maar was zeker wel de moeite waard, wat een leuke dag en wat kan je dan veel bereiken in 10 dagen tijd!).
Verder ben ik de afgelopen maand druk bezig geweest met het ticket boeken, mijn huis onderverhuren, spullen in dozen, backpack zo vol dat ie nog net draagbaar is, vaccinaties bij de GGD (en nog op mijn kop krijgen ook dat ik zo laat ben, ’gezondheid komt ook altijd op de laatste plaats bij jullie studenten..’), een spoedcursus Spaans, en natuurlijk afscheid nemen op mijn werk en van mijn familie en vrienden.
Dat laatste, daar ben ik niet zo goed in, ik moet er niet te lang bij stil staan dat ik iedereen zo lang niet zie. Dus zeg ik maar ‘ach, zeven maanden zijn zo voorbij, voor je weet ben ik weer terug!’ En ik denk dat dat ook echt zo zal zijn, of in ieder geval zo zal voelen. Over zeven maanden zit ik hier weer achter mijn eigen bureautje in Groningen en schrijf ik mijn laatste blog, waarin ik concludeer dat dit weer een geweldige ervaring was die ik nooit meer zal vergeten.
Nog even mijn reis in het kort zoals nu de planning is: ik vertrek op maandag 6 september en vlieg dan naar Lima, Peru. Na een tussenstop van 5 uren vlieg ik door naar La Paz (de hoofdstad van Bolivia) en na 6 uren wachten op dat vliegveld vlieg ik dan dinsdagochtend in een half uurtje naar Cochabamba. Daar ga ik vijf maanden aan de slag voor Terre des Hommes. Na die vijf maanden ga ik backpackend (vandaar de backpack) via Peru en Equador naar Colombia, vanwaar ik naar Curaçao vlieg. Daar ga ik vrienden bezoeken en carnaval vieren en op 30 maart 2011 vlieg ik vanaf Curaçao weer terug naar Nederland.
Maar eerst zeven fantastische maanden in het vooruitzicht, ik ben er klaar voor!
Mijn naam is Mirjam Pruis en ik kom uit Groningen. Ik ben 25 en net afgestudeerd als orthopedagoog met als afstudeerrichting ‘opvoeden en ondersteunen van personen met beperkingen’.
Naast mijn interesse in opvoeding en ontwikkeling van kinderen, ben ik altijd al erg geïnteresseerd geweest in andere talen en culturen. Gedurende mijn studie orthopedagogiek ben ik me gaan richten op de gehandicaptenzorg. In 2008 kreeg ik de mogelijkheid om een onderzoeksstage op Curaçao te doen. Dit bleek een ideale combinatie van mijn interesses! Ik heb daar met heel veel plezier gedurende zeven maanden in de gehandicaptenzorg gewerkt. Nu ik ben afgestudeerd wil ik me gaan inzetten in landen waar de zorg voor mensen met beperkingen nog minder ontwikkeld is.
Deze stage bij Terre des Hommes biedt mij daartoe een unieke kans! Ik ga als sociaal pedagoog voor vijf maanden naar Cochabamba in Bolivia, om daar te werken aan de integratie van kinderen met een beperking. Ik ga me voornamelijk richten op het ondersteunen van de begeleiders en docenten. Daarnaast ga ik evaluatiematerialen ontwikkelen, zodat duidelijk wordt wat wel en niet werkt en hoe we de integratie van kinderen met een beperking in de Boliviaanse samenleving verder kunnen bevorderen. Ik heb er heel veel zin in!
