Een onvervalst salsabandje verwelkomt de passagiers van vlucht 837 uit New York op het drukkend warme vliegveld van Port-au-Prince. De gezichten staan ontspannen, er klinkt gelach, mensen slaan elkaar op de schouder en er wordt vrolijk gesjanst met weelderige Haïtiaanse vrouwen. Wie terug naar huis gaat, heeft genoeg reden om een feestje te vieren. Zeker als iedereen van de familie nog leeft.
Zoals de vrouw en vier kinderen van Jean Donald (40) die in Port-au-Prince ongedeerd bleven. Vandaag gaat hij ze eindelijk weer zien, na een jaar afwezigheid, en zijn gezicht straalt.
Bij het ophalen van de bagage slaat de relaxte sfeer snel om. Ik voel karren tegen me aan duwen, porrende ellebogen in mijn zij en mensen schreeuwen door elkaar heen. Tot overmaat van ramp doet de lopende band het niet en dus rest het grondpersoneel niets anders dan de enorme koffers en tassen op grote hopen te smijten. Een waar pandemonium breekt los.
Philip, Haïtiaan die in New York woont, gelooft zijn ogen niet en klaagt over het gebrek aan structuur. Maar de chaos heeft ook een aantrekkelijke, lichtvoetige kant. Want deze zwetende, gestreste en druk gebarende mensenmassa wordt gedragen door een brede glimlach. Wat een land!, roep ik tegen mijn buurvrouw. En ik meen het. Haïti is chaotisch, erkent ze. Maar dat is dan ook direct de charme van ons land. Love it or hate it.
Terre des Hommes-medewerker Taco van der Mark is momenteel in Haiti om verslag te doen van de hulp van Terre des Hommes aan de slachtoffers van de aardbeving.

