De strijd tegen mensenhandel vergt wettelijke aanpassing meent de Coalitie tegen Seksuele Uitbuiting, waar Terre des Hommes onderdeel van uitmaakt.

De Valkenburgse zedenzaak veroorzaakte in 2014 veel ophef. En terecht: de 16-jarige Kimberly werd door haar pooier Armin A. seksueel uitgebuit. Hij kreeg twee jaar cel. Maar het merendeel van de 27 ‘klanten’ ontsprongen de dans met één dag cel en een taakstraf. Met de uitspraak van de Hoge Raad afgelopen week zijn de opgelegde straffen voor deze ‘klanten’  onherroepelijk geworden.  Zeer teleurstellend.

Onze teleurstelling richt zich maar deels op de uitspraak van de Hoge Raad. Immers, zij toetst alleen of het gerechtshof de wet correct heeft toegepast.  In tegenstelling tot de overtuiging van het OM, oordeelde de hoogste rechter dat het hof heeft gehandeld overeenkomstig de wet. En daarmee geeft de Hoge Raad impliciet een signaal af aan de politiek. Oftewel, de rechterlijke macht handelt binnen de bandbreedte die de wetgever –politiek Den Haag – heeft gecreëerd.  Naast het feit dat deze uitspraak voor een knoop in onze maag zorgt, zijn de gevolgen hiervan ook om andere redenen onwenselijk.

Aangifte doen wordt minder aantrekkelijk

Allereerst raakt deze uitspraak het belang van het slachtoffer. Momenteel rondt het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM) een onderzoek af waarin de impact van een strafzaak op een minderjarig slachtoffer mensenhandel onder de loep wordt genomen. Daaruit blijkt onder meer – en dat is niet nieuw – dat een strafrechtelijke procedure een zware wissel kan trekken op het slachtoffer. Daarom doet het merendeel van de slachtoffers geen aangifte. Ze zijn angstig, zien er tegenop om hun traumatische ervaringen meerdere malen te moeten delen en ja ook de lage strafmaat speelt hierbij een rol. Waarom zou een slachtoffer er voor kiezen om een jarenlange strafrechtelijke procedure te doorlopen wanneer een ‘ klant’ , vanuit het perspectief van het slachtoffer evenzeer een dader, wegkomt met één dag cel en een taakstraf?

Opsporen is lastig zonder aangiftes

Deze lage aangiftebereidheid raakt ook de opsporing van hun ‘klanten’ en mensenhandelaren. Zonder een aangifte blijkt het namelijk bijzonder lastig om met succes deze zaken voor de rechter te krijgen. Formeel kan dit wel – we spreken dan over ambtshalve opsporing en vervolging – maar in de praktijk is dit complex en vergt dit vaak veel meer recherchecapaciteit. En na aanzienlijke bezuinigingen en de vorming van de Nationale Politie is daar over de hele linie juist een gebrek aan. Zo blijkt ook uit het recent verschenen rapport van de Politievakbond.

Lage straf schrikt niet af

Maar ook voor de politie en het Openbaar Ministerie zelf is de uitspraak naar verwachting een flinke domper. Enerzijds is het de vraag in hoeverre deze lage strafoplegging gaat doorwerken in de bereidheid om deze ‘klantzaken’ in de toekomst nog op te sporen en te vervolgen. Anderzijds geeft de uitspraak van de Hoge Raad een duidelijk signaal af richting de ‘klanten’ die seks kopen van kinderen. Immers, van de strafdreiging van één dag cel in combinatie met een taakstraf gaat niet bepaald een preventieve werking uit.

Coalitie moet wet aanpassen

Terug naar de politiek. Want met de uitspraak van de Hoge Raad ligt de bal nu bij hen om te komen tot herstelwerkzaamheden. Het kabinet Rutte-III heeft immers in het regeerakkoord de ambitie uitgesproken om de strijd tegen mensenhandel te intensiveren. Deze ‘omissie’ in de wet staat wat ons betreft echter haaks op die ambitie. Naast het maatschappelijk onbegrip, is dit ook niet in het belang van het slachtoffer, het bemoeilijkt de opsporing van mensenhandel en schrikt ook ‘klanten’ niet af om seks te kopen van minderjarigen. Willen de coalitiepartijen de ambitie van het regeerakkoord waarmaken dan is op dit punt een wetswijziging noodzakelijk   

De Coalitie tegen Seksuele Uitbuiting bestaat uit Terre des Hommes, het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel, Defence for Children-ECPAT en Fier. 

Dit opinie artikel stond dinsdag 27 februari 2018 in Trouw.

Share this: