Terre des Hommes kritisch positief over voorstel verbod producten kinderarbeid

Dit jaar presenteerde PvdA-kamerlid Roelof van Laar een voorstel om de verkoop van producten van kinderarbeid in Nederland te verbieden. Terre des Hommes zoekt maatschappelijke en politieke steun voor dit verstrekkende initiatief. Maar we hebben ook kanttekeningen.

 

Child labour

Mondiaal loopt Nederland voorop met maatschappelijk verantwoord ondernemen. Toch zijn er nog altijd bedrijven in Nederland die producten gemaakt met kinderarbeid verkopen. Om aan deze ongewenste situatie een eind te maken, presenteerde het PvdA-kamerlid Roelof van Laar eerder dit jaar een voorstel om de verkoop van producten van kinderarbeid in Nederland te verbieden. De Tweede Kamer is in beraad over dit initiatief. Terre des Hommes strijdt tegen uitbuiting van kinderen, staat daarom positief tegenover dit voorstel, en zoekt maatschappelijke en politieke steun voor dit verstrekkende initiatief van Van Laar. Maar Terre des Hommes heeft ook kanttekeningen.

Kindslavernij

Het aantal kindarbeiders daalt, maar nog steeds werken wereldwijd 167 miljoen kinderen. Meer dan 5,5 miljoen van deze kinderen verricht dagelijks dwangarbeid. Deze kinderen worden tewerkgesteld op plantages, in mijnen en fabrieken, maar ook in de prostitutie en in huishoudens als slaafjes. De gevolgen van dwangarbeid voor de ontwikkeling van deze kinderen zijn enorm. Het gaat ten koste van hun fysieke en mentale gezondheid, hun groei en van hun kansen op een beter leven. De ILO schat dat er mondiaal minstens 150 miljard dollar wordt verdiend aan slavernij. Een deel van die inkomsten komt uit de rijke landen, waar consumenten betalen voor goedkope producten die gemaakt zijn door kinderhanden, zoals cacao uit Ivoorkust of kleding uit India en Bangladesh. De rijke landen, inclusief Nederland, hebben daarom een verantwoordelijkheid om maatregelen tegen kindslavernij te nemen.

Inzet van het kabinet 

Kinderarbeid staat hoog op de beleidsagenda’s van de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Nederland maakt zich sterk voor universele ratificatie en tenuitvoerlegging van de vier fundamentele arbeidsnormen van de ILO, waaronder het verbod op kinderarbeid en het verbod op dwangarbeid. In 2013 heeft de regering het Nationaal  actieplan Bedrijfsleven en Mensenrechten aan de Tweede Kamer aangeboden, een nationale uitwerking van de UN Guiding principles on business and human rights (VN-Richtlijnen). De VN-Richtlijnen biedt bedrijven handvatten om schendingen in hun productieketen op het gebied van arbeidsomstandigheden, kinderarbeid, milieu, corruptie en mensenrechten zoveel mogelijk te voorkomen. De VN-richtlijnen zijn echter niet dwingend. In de praktijk blijkt dan ook dat nog weinig bedrijven de moeite nemen om verder in hun productieketen te kijken dan de eerste toeleveranciers.   

Schone keten

Vanaf 2009 wordt in de Tweede Kamer gedebatteerd over het verplicht stellen van ketentransparantie: transparantie over de arbeidsomstandigheden waaronder geïmporteerde producten geproduceerd zijn in de gehele keten van bedrijven die leveren aan Nederland en van Nederlandse bedrijven die hun producten laten maken in landen waar werknemers worden uitgebuit. Maar een wet die ketentransparantie verplicht stelt, is er niet gekomen. Zo’n verplichting zou voor bedrijven een te grote kostenpost betekenen, is het argument. Checklists zouden bovendien niet altijd de zekerheid geven dat ketens daadwerkelijk schoon zijn. Ook het certificeren of labellen van producten geeft geen garantie en omvat te hoge administratieve lasten, vinden tegenstanders. 

Wettelijk verbod

Waarom is een wettelijk verbod nodig? Tot nog toe heeft de inzet van de Nederlandse overheid en bedrijven nog niet tot de gewenste daling in kinderarbeid geleid. Er zijn bovendien nauwelijks mogelijkheden om bedrijven aan te spreken op de schade die zij, via hun dochterondernemingen, in het buitenland aanrichten. Procedures duren lang en zijn kostbaar. Bovendien is het voor consumenten vaak ook niet mogelijk om te achterhalen of producten door kinderhanden zijn gemaakt. Daarom is een wettelijk verbod nodig op de verkoop van producten die door kinderhanden gemaakt zijn. Hier wil Tweede Kamerlid Van Laar een begin mee maken, met de initiatiefnota die hij in juni presenteerde. Daarin verkent hij de juridische mogelijkheden om de verkoop van producten van kinderarbeid in Nederland te verbieden. Wanneer er een wettelijk verbod zou komen, moeten bedrijven zelf naar hun productie- of inkoopketen gaan kijken, zonder dat daarbij exacte procedures of administratieve verplichtingen voorgeschreven worden. Voor de vele Nederlandse bedrijven die al voorop lopen in de wereld zal een wettelijk verbod een steun in de rug zijn ten opzichte van de collega’s wereldwijd die hier totaal geen boodschap aan hebben. Die bedrijven die aantoonbaar geen maatregelen nemen om kinderarbeid te voorkomen en te bestrijden, kunnen we door een verbod duidelijk maken dat we kinderarbeid in producten die in Nederland verkocht worden echt niet toestaan,” aldus van Laar in zijn initiatiefnota.

Kinderrechtenverdrag

Nederland is gebonden aan het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (Kinderrechtenverdrag). Artikel 32 van het Kinderrechtenverdrag verplicht staten om kinderen te beschermen tegen economische exploitatie en tegen het verrichten van werk dat naar alle waarschijnlijkheid gevaarlijk is of de opvoeding van het kind zal hinderen of schadelijk zal zijn voor de gezondheid of de ontwikkeling van het kind. Ook in het kader van internationale samenwerking, zoals artikel 4 van het Kinderrechtenverdrag zegt.

Meer nodig dan verbod

Terre des Hommes steunt het initiatief van Van Laar, maar wil ook benadrukken dat om kinderarbeid tegen te gaan er meer nodig is dan een verbod op met kinderarbeid gemaakte producten alleen. Een boycot van producten die met kinderarbeid gemaakt zijn, kan in het ergste geval zelfs contraproductief werken, als er niets aan de oorzaken van het probleem gedaan wordt. Het kan er bijvoorbeeld toe leiden dat de betrokken kinderen doorschuiven naar werk in andere sectoren die soms nog schadelijker zijn, zoals de prostitutie. De kinderen en hun families zijn immers nog steeds afhankelijk van het extra inkomen uit de kinderarbeid. Daarnaast is een importverbod nog niet de oplossing voor alle kinderarbeid. In de praktijk bereik je met deze maatregel maar een klein percentage van alle kindarbeiders: van de 165 miljoen kindarbeiders wereldwijd werkt enkel een paar procent in de exportsector; de rest van hen werkt, vaak gedwongen, in de lokale economie, als huisslaaf, vuilnisraper of als landarbeider. Voor die kinderen blijft actie nodig.

Aanvullende maatregelen

Daarom is Terre des Hommes van mening dat het niet voldoende is om de kinderen uit de fabrieken te halen. Dit soort maatregelen moet gepaard gaan met gedegen ontwikkelingssteun aan de allerarmste gezinnen. De Nederlandse overheid zou bedrijven daarom moeten verplichten om aanvullende maatregelen door te voeren, om de oorzaken van kinderarbeid in de gebieden waar zij produceren aan te pakken. Dit flankerend beleid, zoals dat in politiek jargon heet, stelt Van Laar ook voor in zijn initiatiefnota. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld samenwerken met lokale organisaties die de problematiek van kinderarbeid aanpakken door preventie, voorlichting, lobby en directe hulp aan kindarbeiders. Daarnaast kan afhankelijk van de leeftijd van de kindarbeiders, het werk minder belastend of veiliger worden gemaakt. Het salaris van henzelf of van hun ouders kan worden verhoogd, werktijden worden verkort en werk met scholing worden gecombineerd. En kinderen onder de minimum leeftijd voor werken zouden moeten worden ondersteund om weer terug te keren naar school. Terre des Hommes is er van overtuigd dat zowel het een, als het ander  moet gebeuren om uitbuiting van kinderen duurzaam uit de wereld uit te helpen:  zowel het verbieden van de verkoop van producten die met kinderarbeid zijn gemaakt, als het ondersteunen van de lokale bevolking om uit de armoedeval te komen, zodat hun kinderen niet slachtoffer hoeven te zijn van deze vorm van uitbuiting.

Meer weten?

At twelve years a slave, children in forced labour
PVDA; verbied producten van kinderarbeid
Wat de wereld verdient: Een nieuwe agenda voor hulp, handel en investeringen
Mensenrechten hoeksteen buitenlands beleid Nederland
Brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking inzake de Nederlandse inzet voor kinderrechten, 10 oktober 
General comment No. 16 (2013) on State obligations regarding the impact of the business sector on children’s rights
Mensenrechten in Nederland 2013. Jaarlijkse Rapportage van het College voor de Rechten van de Mens
Foreign corporate direct liability

Share this:

Related news