In november voert Terre des Hommes campagne om aandacht te vragen voor kinderarbeid in de goudmijnen van Tanzania. Duizenden kinderen staan hier aan grote gevaren bloot: van instortende mijnschachten en giftige gassen tot verwondingen door gereedschap. De vijftienjarige Musa Simoni is één van deze kinderen.

Terre des Hommes strijdt tegen kinderarbeid

‘De hele dag zit ik in de volle zon met een hamer gouderts te verbrijzelen. Al die tijd heb ik geen pauze en kan ik niet eten of drinken. Ik eet pas ’s avonds als ik weer thuis ben. Soms heb ik wat gedroogde zoete aardappel bij me om de ergste honger overdag te stillen, terwijl ik blijf doorhameren.

Gouderts

Het verbrijzelen van de gouderts met een hamer is heel zwaar. Mijn handen doen continu pijn. Ik heb veel last van het stof en de rondspringende scherven tijdens het verbrijzelen. En van de herrie van de maaltonnen; ik heb het gevoel dat ik niet goed meer kan horen. Ik vind mijn werk helemaal niet leuk. De enige reden waarom ik het doe, is omdat ik geen andere manier heb om geld te verdienen.

Niemand

Samen met mijn oma woon ik in een hutje zonder toilet, water of elektriciteit. We zijn hier twee jaar geleden naar toe gekomen, omdat er in mijn geboortedorp niemand was die ons hielp. Ook mijn vader niet. Mijn ouders zijn al lang uit elkaar. Mijn vader is opnieuw getrouwd en geeft al zijn geld uit aan drank. Waar mijn moeder is, weet ik niet. Ik heb haar sinds ik twee was niet meer gezien. Dat was het jaar dat mijn ouders uit elkaar gingen en ik bij mijn oma introk.

Steeds minder naar school

Op mijn twaalfde begon ik met werken, eerst in de weekenden en na school. Maar om het eten en de huur te kunnen betalen, moest ik vaker werken. En dus ging ik steeds minder naar school. Op mijn veertiende besloot mijn oma naar Kahama te verhuizen, waar ze familie heeft. Maar zelfs zij helpen ons niet. Dus werk ik nu in de mijnen. Mijn oma is één dag met me mee gegaan, ook om gouderts te verbrijzelen. Maar ik kom hier nu altijd alleen.

1,23 euro

Elke dag huurt een andere baas me in om het gouderts te verbrijzelen. Ik kom ‘s ochtends te voet naar de mijnen op zoek naar werk en loop net zo lang rond tot iemand me nodig heeft. Wat ik per dag verdien, hangt van de baas af. Meestal is het 3.000 Tanzaniaanse shilling (1,23 euro), als ik geluk heb 4.000 shilling (1,64 euro). Soms krijg ik niet meer dan 2.000 shilling (0,83 euro) voor een hele dag werk.

Pijn

Ik werk zeven dagen per week, van acht uur ‘s ochtends tot een uur of vijf in de middag. Dan is het nog een uur lopen voor ik thuis ben. Maar er zijn dagen dat ik me ziek voel als ik wakker word in de ochtend. Dan doet mijn hele lichaam pijn. Als ik me zo voel, blijf ik één of twee dagen thuis om uit te rusten. Daarna moet ik snel weer aan het werk, anders hebben we niets te eten.’

 

Share this:

Related stories