Girls Advocacy Alliance

Girl's Advocacy Alliance Terre des Hommes

De Girls Advocacy Alliance zet zich in voor de bestrijding van geweld tegen meisjes en jonge vrouwen en het vergroten van hun economische participatie in ontwikkelingslanden. Geweld en economische uitsluiting zijn namelijk nauw met elkaar verbonden. Vooral door kindhuwelijken, seksueel geweld, vrouwenhandel, en de ergste vormen van kinderarbeid vallen meisjes massaal uit in het voortgezet en beroepsonderwijs. Hun kans ooit nog een ‘fatsoenlijke’ baan te krijgen is minimaal. En omgekeerd; zonder inkomen en zelfstandigheid, zijn ze kwetsbaarder voor geweld.   

 

 

Achtergrond

 

 

 

Een 13-jarig Ethiopisch meisje dat moet stoppen met school, wordt uitgehuwelijkt aan een man van 39 en zwanger raakt. Het 12-jarige huisslaafje Amani dat werkt voor een Keniaanse familie en seksueel wordt misbruikt. De Cambodjaanse Chan die via een menshandelaar met een vals identiteitsbewijs naar Maleisië werd gestuurd waar zij werd gedwongen om te werken als dienstmeisje. Slechts drie van de vele meisjes uit ontwikkelingsslanden die niet naar school gaan om aan een betere toekomst te werken, maar slachtoffer zijn van geweld en economische uitsluiting. 

De Girls Advocacy Alliance is een initiatief Plan Nederland, Defence for Children Nederland-ECPAT en Terre des Hommes. De alliantie pakt geweld tegen meisjes en jonge vrouwen aan realiseert (economische) kansen voor hen door lobby en beïnvloeding. Sinds januari 2016 voert de alliantie een vijfjarig programma uit dat wordt gefinancierd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het gehele programma vindt plaats in 10 landen. Terre des Hommes neemt deel aan het programma in 6 landen.

Doelen

Het Girls Advocacy Alliance Programma richt zich op vier strategische doelen om geweld en economische uitsluiting van meisjes en jonge vrouwen uit te bannen: 

  • door er voor te zorgen dat invloedrijke leiders ​van de lokale gemeenschap (b.v. religieuze leiders, bekende artiesten) waarden en normen uitdragen die meisjes in een positief daglicht brengen en hun ontwikkeling in de maatschappij stimuleren. Deze lokale maatschappelijke leiders geven het goede voorbeeld door dit ook in eigen praktijk toe te passen.
  • door maatschappelijke organisaties en netwerken zo te beïnvoeden dat zij de actieve naleving van beleid gericht op het bestrijden van geweld tegen meisjes en economische uitbuiting aanjagen.  
  • te stimuleren dat het bedrijfsleven actief werkt aan de bestrijding van geweld tegen meisjes in hun bedrijfsketen. Ze zorgen voor meer veilige werkplekken en betere werkomstandigheden voor meisjes.
  • door effectievere uitvoering van wetgeving en overheidsbeleid ter bescherming van meisjes en jonge vrouwen.​

Aanpak

De Girls Advocacy Alliance pakt geweld en ecomische uitsluiting tegen meisjes en jonge vrouwen op de volgende manieren aan:

  • Capaciteitsopbouw bij maatschappelijke organisaties, met name organisaties gericht op jonge vrouwen, met als doel om ambtenaren, het bedrijfsleven en het algemene publiek te beïnvloeden. 
  • Deze maatschappelijke organisaties voeren in hun eigen landen campagne. Ze beïnvloeden ook regionale organen zoals de African Union.
  • Wij doen dat zelf ook in ons eigen land en ten aanzien van de naleving van internationale wetgeving. 

Resultaten

Resultaten 2017

  • In Ethiopië heeft het Permanente Comité voor Vrouwenzaken van de Regionale Raad van Amhara samen met regionale wetshandhavingsinstanties de lacunes in de beleidslijnen en praktijken met betrekking tot op gender gebaseerd geweld en commerciële seksuele uitbuiting van meisjes en jonge vrouwen beoordeeld. Het Meisjes Belangenbehartigingsverbond (Girls Advocacy Alliance, GAA) speelde een cruciale rol bij het initiatief tot de beraadslagingen en verzorgde scholing voor raadsleden.
  • In de Filippijnen hebben partners van GAA op succesvolle wijze samengewerkt met plaatselijke bestuursafdelingen (Local Governance Units, LGUs) en de regionale overkoepelende raad voor de formalisering van Kinderrechten-Beschermende Eenheden (Child's Rights Protection Units, CRPU) en de toewijzing van begrotingsmiddelen aan activiteiten en functioneren van de CRPU. Partners van GAA hebben deze multidisciplinaire netwerken scholing gegeven en ondersteund. Deze netwerken bestonden uit vertegenwoordigers van de Filipijnse Nationale Politie en het Ministerie van Onderwijs, de functionaris van de Gemeentelijke Sociale Dienst en een inspecteur van de gezondheidsdienst.
  • In Ghana is de samenwerking en aanpassing op het niveau van de belangrijkste belanghebbenden op het gebied van kinderbescherming in de regio's Upper Western en Eastern verbeterd. Het Ministerie van Gender, de Commissie Mensenrechten & Bestuursrechtspraak, het Ministerie van Sociale Zekerheid, de Huiselijk Geweld en Slachtofferhulpeenheden van de Politiedienst van Ghana en CSOs werken nu effectief samen bij de aanpak van zaken van seksueel misbruik en andere soorten van kindermisbruik.
  • Op regionaal niveau in Azië hebben partners van GAA bijgedragen aan de aanname door het Zuid-Azië Initiatief om Geweld Tegen Kinderen te Beëindigen (South Asia Initiative to End Violence against Children, SAIEVAC) van de regionale strategie met betrekking tot commerciële seksuele uitbuiting van kinderen, inclusief veiligheid online en het voorkomen van seksuele uitbuiting van kinderen in reizen en toerisme (SECTT). Deze regionale strategie zal worden verwerkt in het alles omvattende vijfjarenwerkplan van SAIEVAC.
  • In Afrika hebben partners van GAA en andere CSOs met succes gepleit bij de Afrikaanse Unie (African Union, AU), de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (Economic Community of West African States, ECOWAS) en de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (East African Community, EAC) voor de toepassing van toezichtsmechanismen voor op gender gebaseerd geweld en economische uitsluiting. Bovendien hebben ze tijdens de 61e sessie van de Commissie voor de Status van Vrouwen (Commission on the Status of Women, CSW61), aangedrongen op de erkenning van het economisch mondig maken van meisjes en jonge vrouwen als een belangrijke succesfactor voor de AU-Agenda 2063, het AU-thema voor 2017 'Het demografisch dividend in het gareel brengen door investering in de jeugd' en de SDGs.
  • Op internationaal niveau heeft het GAA aangedrongen op (betere) opname van meisjesrechten en GAA-thema's door mensenrechtenmechanismen en –lichamen, in het bijzonder de VN-Raad voor de mensenrechten in Genève en VN-Vrouwen in New York. Inzet en facilitering door GAA droeg onder meer bij aan het aanwijzen van geslacht als een transversaal vraagstuk door de werkgroep Geweld aan

Tekenen:

  • Gedurende 2017 zagen het Alliantie Programmateam (Alliance Program Team, APT) en plaatselijke partners meer dan 400 tekenen van verandering op het niveau van de belangrijkste belanghebbenden van hun gezamenlijke GAA-programma's, waarvan zij vaststelden dat het waarschijnlijk is dat hun inmenging daaraan een bijdrage heeft geleverd. Bijna de helft van deze tekenen werden waargenomen op het niveau van overheden en intergouvernementele agentschappen (respectievelijk 30% en 17%), gevolgd door veranderingen op het niveau van gemeenschapsleiders en de bevolking (27%). Positieve veranderingen werden ook ingezet of goedgekeurd door CSOs (14%). Ten slotte viel een iets kleiner aantal veranderingen te bespeuren in de particuliere sector (11%).
  • De meeste tekenen van verandering die gemeld zijn, wijzen op verbetering van de effectiviteit van de tenuitvoerlegging en de voortzetting van bestaande wetten, regelgeving en beleid (52%), in het bijzonder door gemeenschapsleiders en de bevolking, en door overheidsinstanties. Er waren ook voorbeelden van verbeterde praktijken van particuliere instanties en door CSOs.
  • Een iets kleiner aandeel van tekenen heeft te maken met veranderingen in de agendering (41%) – het eerste stadium van verandering. In dit stadium wordt maatschappelijke en politieke aandacht voor bepaalde kwesties of problemen gegenereerd. De meeste van deze tekenen hebben te maken met een toename bij overheidsagentschappen van de prioriteit van kwesties zoals op gender gebaseerd geweld en economische uitsluiting. Er was ook bewijs in overvloed van veranderingen die ingezet of goedgekeurd waren door gemeenschapsleiders, als gevolg waarvan het bewustzijn en de houding van de bevolking beïnvloed werd. Een toegenomen prioriteit voor GAA-kwesties werd ook opgemerkt op het niveau van CSOs, en – in mindere mate – particuliere instanties.
  • Volgens het Alliantie Programmateam werden in 2017 iets minder vaak wetten en beleid aangenomen of aangepast als gevolg van het programma (7%). Zo goed als alle waargenomen gevallen van beleidswijziging hebben te maken met het aannemen of wijzigen van wetten of beleid door overheidsagentschappen en door gemeenschapsleiders (gewoonterecht of reglementen). Er werd ook een aantal gevallen van beleidswijziging door particuliere instanties opgetekend.

Per Koers/Sector (Gemeenschappen, CSOs, Overheidssector en Particuliere Sector)

  • De uiteindelijke tekenen die gemeld zijn door het Alliantie Programmateam wijzen op kleine maar belangrijke veranderingen op het niveau van religieuze en traditionele leiders, vooral met betrekking tot op gender gebaseerd geweld. Deze leiders spelen een cruciale rol bij het vergroten van het bewustzijn met betrekking tot schadelijke sociale normen en gebruiken in gemeenschappen, en in het mobiliseren van hun achterban. Bovendien hebben plaatselijke en traditionele leiders door overkoepelende organisaties, netwerken of platformen een belangrijke invloed op regionaal en zelfs nationaal niveau. Vooral in Afrika hebben plaatselijke leiders ook een cruciale rol in het opstellen, de bekrachtiging en de handhaving van reglementen.
  • Er was weinig gebleken van beleidswijzigingen op het niveau van CSOs als gevolg van het programma, maar een goed aantal veranderingen werd opgemerkt richting een actieve en effectievere lobby en het pleiten voor kwesties met betrekking tot meisjes en jonge vrouwen bij CSOs. In veel gevallen hielp de GAA-steun CSOs bij het verstevigen van hun samenwerking, het op één lijn komen en het netwerken.
  • In verschillende landen hebben partners van GAA met succes contact gelegd met plaatselijke bedrijven om op gender gebaseerd geweld en het economisch mondig maken van vrouwen, en in het bijzonder de positie van (jonge) vrouwen in hun bedrijven en de rol van de particuliere sector bij het aanpakken van risico's en misbruik te bespreken.

 

Resultaten 2016

Ingrijpende veranderingen in wet- en regelgeving, normen en waarden kosten tijd. Toch zijn al een aantal tekenen gesignaleerd van belangrijke positieve veranderingen als gevolg van, onder andere, GAA-activiteiten. Een aantal resultaten:

  • GAA-partners gingen met lokale, traditionele en religieuze leiders in gesprek om gender-gerelateerd geweld en economische uitsluiting hoger op de agenda te krijgen; In Noord-Gondar in Ethiopië bijvoorbeeld besteden religieuze leiders nu tijdens hun diensten in kerken en moskeeën aandacht aan de risico’s van kinderhandel.
  • Er zijn veel lokale organisaties en (jongeren)groepen die met steun van GAA-partners in actie kwamen om meer draagvlak te creëren voor de rechten en positie van meisjes en jonge vrouwen; kinderrechtenactivisten in Cebu op de Filippijnen ontwikkelden een gezamenlijk actieplan en startten een gezamenlijke Facebookpagina en een chatgroep en in Nairobi, Kenia werken 35 gender werkgroepen voortaan actief samen aan de preventie van seksueel geweld.
  • Overheidsinstanties en maatschappelijke organisaties besteedden meer aandacht aan gender-gerelateerd geweld en economische uitsluiting; de Oegandese overheid bijvoorbeeld, ontwikkelde een nationaal beleid en een actieplan om gender-gerelateerd geweld uit te bannen. Ook kwam er een media strategie, in samenwerking met het Ministerie van Gender, Arbeid en Sociale Ontwikkeling.
  • Ook enkele bedrijven leken al meer belang te hechten aan deze onderwerpen. Er is gebouwd aan contacten met bedrijven en ondernemingen; in de stad Oromoc op de Filippijnen hebben 21 bedrijven regels en beleid ontwikkeld om vrouwelijke medewerkers gelijke kansen te geven, en hen beter te beschermen tegen gender-gerelateerd geweld.
  • Er zijn gunstige veranderingen in wetgeving en beleid doorgevoerd, zowel door lokale leiders als door overheidsinstanties; de Liberiaanse overheid heeft GAA-partners uitgenodigd om bij te dragen aan de formulering van een nationaal beleid op het gebied van kinderbescherming en kinderrechten en in Telfetit in Ethiopië werd een lokale verordening aangepast en uitgebreid met artikelen over kindhuwelijken en vrouwenbesnijdenis.
  • Er zijn voorbeelden van verbeterde uitvoering en opvolging van bestaande wetten en beleid; in Ethiopië zijn anti-HTP (Harmful Traditional Practices) comités opgericht, bestaande uit leerkrachten, politie agenten en gerechtelijke ambtenaren.
  • De Girls Advocacy Alliance stelt gender-gerelateerd geweld en economische uitsluiting ook in internationale fora aan de kaak; mede dankzij de inspanningen van GAA partners riep de Afrikaanse Unie het afgelopen jaar lidstaten op om actieplannen in te dienen voor de bestrijding van kindhuwelijken en de versterking van leiderschapskwaliteiten van meisjes en jonge vrouwen.