Kinderarbeid in Azië

Kinderarbeid in Azië Terre des Hommes

In landen als Bangladesh, Cambodja, India, Indonesië, Myanmar en de Filipijnen komt kinderarbeid erg veel voor. Ongeveer 41 miljoen kinderen werken. Voor kinderen tussen de 5 en 11 jaar betekent dit dat ze minimaal een uur per week een betaalde baan hebben, of meer dan 28 uur per week meewerken in het huishouden. Kinderen tussen de 12 en 14 doen minimaal veertien uur per week betaald werk, of werken meer dan 28 uur per week in het huishouden. Bijna de helft van de werkende kinderen is meisje.

Wij richten ons met dit programma op kinderen die zeer zwaar en vaak ook gevaarlijk werk doen. Daaronder vallen de ergste vormen van kinderarbeid, zoals slavernij (inclusief zwaarhuishoudelijk werk), het gebruik van kinderen in illegale activiteiten en werk dat de gezondheid en veiligheid van kinderen bedreigt. Deze praktijken treffen we bijvoorbeeld aan in kleding- en schoenfabrieken, op rubber- en suikerrietplantages, bij verwerkers van schaal- en schelpdieren en de vuurwerk- en entertainmentindustrie.

Achtergrond

In Azië leven meer dan een half miljard mensen onder de armoedegrens. Armoede is dan ook een van de belangrijkste redenen dat kinderarbeid daar zoveel voorkomt. Ook beschouwen Aziaten kinderarbeid vaak als iets vanzelfsprekends. Maar de landen in deze regio verschillen politiek en economisch erg van elkaar, waardoor de specifieke oorzaken van kinderarbeid (en de maatregelen die ertegen worden genomen) ook van elkaar verschillen. Wat de oorzaken ook zijn: kinderarbeid heeft grote gevolgen. Kinderen lijden er lichamelijk en geestelijk onder. Ze gaan niet naar school, of presteren op school minder. Dat minimaliseert hun kansen, waardoor ze zich niet aan hun armoede kunnen ontworstelen.

Doelen

Wat willen we bereiken?

  • 94.360 kinderen en gemeenschappen krijgen voorlichting over de gevaren van kinderarbeid.
  • 24.513 slachtoffers en kwetsbare kinderen krijgen de kans om een (vak)opleiding te volgen.
  • 10.449 kinderen krijgen juridische hulp.
  • 4.873 medewerkers van politie, justitie en andere overheidsinstanties leren wat kinderarbeid precies inhoudt en wat ze ertegen kunnen doen.
  • 14.597 kinderen worden uit hun arbeidssituatie gered en krijgen hulp.

Aanpak

Wij willen samen met onze lokale partners in India, Bangladesh, Nepal, Myanmar, Thailand, Laos, Cambodja, Indonesië en de Filipijnen de ergste vormen van kinderarbeid aanpakken. Onze aanpak is alsvolgt: 

Het voorkomen van kinderarbeid

We willen de hoofdoorzaken – armoede en een gebrek aan onderwijs – uit de weg ruimen, door kwetsbare kinderen en hun families te helpen. Kinderen kunnen naar school of een beroepsopleiding volgen en families krijgen kansen om hun inkomsten te vergroten (denk aan hulp bij het starten van een eigen bedrijf en het aanbieden van opleidingen). Daarnaast maken we de bevolking van de landen waarin we actief zijn via voorlichting bewust van de gevolgen van kinderarbeid en werken we samen met bedrijven, zodat die stoppen met (vooral) de ergste vormen van kinderarbeid.

Hulpverlening

Wij helpen kindarbeiders, zodat ze uit hun (uitbuitings)situatie kunnen stappen. Daarna geven we hen medische en psychologische hulp, opvang en juridische ondersteuning. We helpen hen ook bij hun terugkeer naar hun familie of gemeenschap, zorgen ervoor dat ze naar school kunnen en dat zij en hun families financiële ondersteuning krijgen.

Promotie en lobby

Wij en onze partners sporen landen aan om wetten en beleid te ontwikkelen die kinderarbeid tegengaan. Landen in Azië zijn verenigd in de ASEAN (Association of Southeast Asian Nations) en SAARC (South Asian Association for Regional Cooperation). Wij vragen deze samenwerkingsverbanden om afspraken op het gebied van kinderarbeid na te komen.

Daarnaast werken we samen met media, bekende personen en invloedrijke bedrijven. Gezamenlijk voeren we actie tegen kinderarbeid en oefenen we invloed uit op leiders van gemeenschappen, overheden en de bevolking.  We stimuleren hen om na te denken over alternatieven voor kinderarbeid.

Rechtshulp

We pleiten voor het aanpakken van daders van kinderarbeid en uitbuiting. Daarvoor is het nodig dat het rechtssysteem via bewustwordingscampagnes wordt versterkt en dat politie en justitie de juiste mensen en middelen in huis hebben voor de aanpak van dit probleem. We willen ook dat slachtoffers van kinderarbeid rechtsbijstand krijgen. Daarnaast geven we juridische ondersteuning aan kinderen in de rechtbank. 

Resultaten

Een greep uit de resultaten van ons werk tegen kinderarbeid in de eerste zes maanden van 2016:

  • 252 kinderen in Samar, Filippijnen werden getraind ‘as agent of change’: zo lichten ze zelf leeftijdsgenootjes voor en lobbyen ze bij de overheid
  • 32 kwetsbare kinderen en 59 ex-kindarbeiders uit het Daang district in Nepal kregen hulp om naar school te gaan
  • 1523 dorpsbewoners in Myanmar namen tussen april en juni deel aan bijeenkomsten over het voorkomen van kinderarbeid. De bewoners maken deel uit van steungroepen die in hun dorp vier keer per jaar bijeen komen om de situatie van kinderarbeid te bespreken
  • 1.283 kinderen (661 jongens en 622 meisjes) uit vier grote steden op Java, Indonesië kunnen naar school. De kinderen hebben een verleden als kindarbeider of lopen het risico te moeten werken.
  • 3.664 kwetsbare kinderen uit de Indiase deelstaten Tamil Nadu en Jharkhand, bekend om kinderarbeid in de textiel- en mica industrie, kregen tussen april en juni voorlichting over hun rechten en de gevaren van kinderarbeid. Ook werden 50 meisjes uit deze uitbuitingssituaties gered en opgevangen.
  • 11 eigenaren van cassave plantages in het Kravanh district in Cambodja besloten met ingang van april 2016 geen kindarbeiders meer in te huren
  • 465 families in Cambodja deden mee aan activiteiten om het gezinsinkomen te vergroten.
  • 180 jongeren uit Bangladesh die zwaar en gevaarlijk werk deden, volgen nu een beroepsopleiding tot elektricien, loodgieter of automonteur. 955 kinderen die niet geheel konden stoppen met werk, gaan nu wel een aantal uur naar school zodat ze zich verder kunnen ontwikkelen.