Kinderarbeid in Oost-Afrika

Kinderarbeid in Oost-Afrika Terre des Hommes

In Oost-Afrika gaan 15 miljoen kinderen naar hun werk in plaats van naar school. Het werk dat zo’n 5 procent van deze kinderen doet, valt onder de ergste vormen van kinderarbeid. Ze werken bijvoorbeeld in de goudmijnen. Hoewel landen in deze regio in de afgelopen jaren hun wetten tegen kinderarbeid hebben aangescherpt, komt door een gebrek aan geld en kennis van de uitvoering daarvan weinig terecht. In 2018 heeft Terre des Hommes zich ingezet in Oeganda om kindarbeiders uit de goudmijnen te halen.

Achtergrond

Huisslaafjes

Voor duizenden huisslaafjes is meer dan 16 uur werken heel gewoon. Ze krijgen er amper of niets voor betaald en worden bovendien vaak ook nog eens seksueel misbruikt. Contact met hun familie hebben ze nauwelijks en ze gaan niet (meer) naar school.

Mijnwerkers

Duizenden andere kinderen werken in Oost-Afrika in goudmijnen. Hun werk is loodzwaar, levensgevaarlijk en ongezond. Ze moeten gereedschappen gebruiken die voor volwassenen zijn gemaakt en zware lasten sjouwen. De hele dag staan ze bloot aan stof, hitte en giftige kwikdampen en de kans op instortende mijnschachten of aardverschuivingen is groot.

Oorzaken

Armoede is een grote veroorzaker van kinderarbeid. Ook het feit dat kinderen voortijdig van school gaan, traditionele gewoonten en normen en een grote vraag naar goedkope arbeidskrachten werken kinderarbeid in de hand.

Doelen

Om kinderarbeid in Oost-Afrika te stoppen richten we ons op de volgende doelgroepen:

  • Kinderen die moeten werken in goudmijnen en kinderen die als huisslaafjes werken in Tanzania en Oeganda.
  • Families en gemeenschappen waarin kinderen het gevaar lopen te worden uitgebuit.
  • De particuliere sector
  • De autoriteiten in Tanzania en Oeganda die verantwoordelijk zijn voor het beschermen van kinderen.
  • Politie en justitie
  • Maatschappelijke organisaties

Aanpak

 We stoppen kinderarbeid door:

  • Het beschermen van kinderen. We voorkomen dat ze worden uitgebuit en helpen slachtoffers van kinderarbeid. Naast opvang en hulp krijgen zij de kans om weer naar school te gaan, of om een vakopleiding te volgen. 
  • Ouders/verzorgers en gemeenschappen voorlichting geven over de gevaren van kinderarbeid en het belang van onderwijs.
  • Ouders/verzorgers hulp bieden bij het creëren van nieuwe bestaansmiddelen, zodat hun inkomen stijgt en hun kinderen niet hoeven te werken. 
  • Medewerkers van politie, justitie en andere overheidsinstanties leren wat kinderarbeid precies inhoudt en wat ze ertegen kunnen doen. 
  • Bij lokale en nationale autoriteiten lobbyen voor de uitvoering van wetten tegen kinderarbeid, zodat bedrijven en families stoppen met het uitbuiten van minderjarigen. Daarnaast stimuleren we overheden meer geld uit te trekken voor het toepassen van wetten tegen kinderarbeid. 
  • Samen te werken met lokale en internationale organisaties, zodat zij een goed beleid ontwikkelen met betrekking tot kinderarbeid. Samen kunnen we op deze manier het beleid van overheden beïnvloeden.

Resultaten

Een beknopt overzicht van de resultaten in 2018

  • 378 kinderen gaan naar school of volgen een vakopleiding; 
  • 698 gezinnen ontvangen (psychosociale) ondersteuning van bijvoorbeeld maatschappelijk werkers 157 dialogen vinden plaats met lokale partners en gemeenschaps - en geestelijke leiders; 
  • 82 medewerkers van de overheid hebben training gekregen in het tegengaan van gender gerelateerd geweld en het stimuleren van economische onafhankelijkheid en zelfbeschikking voor vrouwen en meisjes; 
  • 30 maatschappelijke organisaties hebben training gekregen in gendergelijkheid in beleid en de praktijk; 
  • 51 mensen uit het bedrijfsleven hebben training gekregen in het tegengaan van gendergerelateerd geweld en het stimuleren van fatsoenlijk werk.