Kindermisbruik in Oost-Afrika

Kindermisbruik in Oost-Afrika Terre des Hommes

Armoede is een belangrijke oorzaak van kindermisbruik en geweld in Oost-Afrika, net als het feit dat maar weinig meisjes naar school gaan. Ook de in deze regio heersende opvattingen (meisjes tellen minder mee dan jongens) en tradities spelen een belangrijke rol. Meisjesbesnijdenis is daar een van, een andere traditie is die van de kindhuwelijken waarbij zeer jonge meisjes met veel oudere mannen moeten trouwen. Veel landen in Oost-Afrika kunnen weinig beginnen tegen de daders. Hun wetgeving is nog niet op orde, of ze hebben niet genoeg kennis, medewerkers of geld om ingevoerde wetten uit te voeren. Terre des Hommes werkt in 2018 aan twee grote projecten in Oeganda en Tanzania om deze vormen van kindermisbruik aan te pakken. 

Achtergrond

Oorzaken

Armoede is een belangrijke oorzaak van misbruik en geweld in Oost-Afrika, net als het feit dat maar weinig meisjes naar school gaan. Ook de in deze regio heersende opvattingen (meisjes tellen minder mee dan jongens) en tradities spelen een belangrijke rol. Het al genoemde besnijden van meisjes is daar een van, een andere traditie is die van de kindhuwelijken waarbij zeer jonge meisjes met veel oudere mannen moeten trouwen. Veel landen in Oost-Afrika kunnen weinig beginnen tegen de daders. Hun wetgeving is nog niet op orde, of ze hebben niet genoeg kennis, medewerkers of geld om ingevoerde wetten uit te voeren.

Gevolgen

Kindhuwelijken en tienerzwangerschappen zorgen er vaak voor dat meisjes niet meer naar school gaan.  Bovendien zijn zwangerschappen voor meisjes in Oost-Afrikaanse landen een belangrijke doodsoorzaak, omdat hun lichaam het krijgen van een kind vaak nog niet aankan. Ook lopen ze een groot risico op het krijgen van een hiv-infectie. Bovendien veroorzaken kindhuwelijken en besnijdenissen bij veel meisjes depressiviteit en post-traumatische stress.

Doelen

Om kindermisbruik in Oost-Afrika te stoppen richten we ons voornamelijk meisjes tussen de 12 en 18 jaar. Maar we sluiten jongens niet uit, want ook zij kunnen het slachtoffer zijn van seksueel misbruik en geweld.

Aanpak

In ons programma werken we nauw samen met (dorps)gemeenschappen, de overheden van beide landen en met justitie, zoals politieagenten en openbaar aanklagers. We voeren ons programma uit door:

  • Kinderen weg te halen uit situaties waarin sprake is van misbruik en geweld. We helpen hen met tijdelijk onderdak, medische en psychosociale zorg en rechtsbijstand.
  • Binnen gemeenschappen mee te werken aan het versterken van formele en informele kinderbeschermingssystemen en de gevolgen van misbruik uit te leggen.
  • Bij overheden te pleiten voor het toepassen en navolgen van kindvriendelijke procedures. Samen met overheden ontwikkelen we betere systemen voor het identificeren en behandelen van slachtoffers.
  • Samen te werken met bijvoorbeeld bedrijven, zodat zij seksueel geweld en misbruik kunnen tegengaan.
  • Medewerkers van politie en justitie te leren hoe ze wetten beter kunnen toepassen. Ook trainen we hen in hoe ze het beste kunnen omgaan met slachtoffers, bijvoorbeeld tijdens verhoren.
  • Zoveel mogelijk te voorkomen dat kinderen in tehuizen belanden. We stimuleren het bieden van alternatieve zorg, zoals het plaatsen van kinderen bij familieleden of in pleeggezinnen. 

Resultaten

Een beknopt overzicht van de resultaten in 2018: 

  • 4.756 kinderen en gemeenschapsleden nemen deel aan bewustwordingsactiviteiten rondom kindermisbruik; 
  • 217 gezinnen met kinderen krijgen ondersteuning bij (voorlichting over) inkomstengenererende activiteiten; 
  • 30 stafleden van justitie en politie zijn geholpen bij het rapporteren van misbruikgevallen van daders; 
  • 471 gezinnen krijgen psycho-sociale ondersteuning; 
  • 538 kinderen ontvangen juridische bijstand; 
  • 286 kinderen gaan naar school; 
  • 523 kinderen zijn direct opgevangen en beschermd worden; 
  • 40 gemeenschapsleiders tekenen een memorandum waarin ze beloven geen besnijdenis ceremonie af te kondigen; 
  • 523 kinderen zijn tijdens het besnijdenisseizoen opgevangen in een tijdelijke opvang; 
  • 4.458 kwetsbare kinderen en gemeenschapsleden hebben meegedaan aan bewustwordingssessies; 
  • 130 maatschappelijk werkers en leraren zijn getraind op bewustwording van genitale verminking en de gevolgen daarvan.