Geen kind onbeschermd in Europa

Veilige migratie en het stoppen van kinderuitbuiting zijn belangrijke doelstellingen binnen de agenda van Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG´s). De huidige Europese realiteit staat hier echter nog ver van af. Kinderrechten worden dagelijks geschonden binnen de vluchtelingencrisis, waardoor veel gevluchte kinderen onbeschermd blijven. Een aangrijpend voorbeeld hiervan zijn de 10.000 kinderen die in Europa vermist zijn geraakt na registratie. Volgens het kinderrechtenverdrag mag geen (vlucht)kind onbeschermd zijn, ook niet binnen Europa. Welke stappen moeten er door Europa worden genomen om bij te dragen aan het realiseren van deze doelen in de SDG agenda?

Door Lidewij Koene 

Op 31 januari 2016 meldde Europol dat er naar schatting sinds 2014 10.000 vluchtkinderen vermist worden, nadat zij zijn geregistreerd  in Europa. De Zweedse stad Trellerborg meldde in 2015 dat 1000 van de 1.900 aangekomen kinderen binnen een maand vermist was geraakt. In januari 2016 gaven de Italiaanse autoriteiten aan dat bijna 5000 kinderen en jongvolwassenen vermist waren.

Ook in Duitsland zijn in 2015 meer dan 6.000 kinderen vermist gemeld. Deze cijfers laten zien dat  de schatting van 10.000 vermiste kinderen naar zekerheid te laag was. Deze kinderen lopen tijdens hun vlucht een groot risico op kinderuitbuiting en kinderhandel. Waar vluchtkinderen na vermissing worden geregistreerd als ´vertrokken met onbekende stemming’, worden Europese vermiste kinderen actief opgespoord aan de hand van bijvoorbeeld een AMBER Alert. Dit geeft blijk van een zeer ongelijke behandeling en Europese staten dienen zich daarom harder in te zetten om kindvluchtelingen te beschermen. Noodhulp ziet Terre des Hommes als een belangrijk onderdeel voor het beschermen van kinderen voor kinderuitbuiting.

Zeer kwetsbaar

Wereldwijd zijn meer dan vijftig miljoen mensen op de vlucht.  In totaal kwamen afgelopen jaar ongeveer 300.000 vluchtkinderen aan in Europa. Van deze 300.000 vluchtkinderen, reisden 85.482 kinderen alleen. Met name alleen reizende kinderen zijn zeer kwetsbaar tijdens hun vlucht. Veel voorkomende risico´s zijn: dood, ziekte, mensenhandel, uitbuiting door mensenhandelaren, kinderarbeid en seksuele uitbuiting.  Zo zijn er meer dan duizend kinderen overleden tijdens hun tocht over de Egeïsche zee. Deze risico´s zijn de afgelopen jaren enorm toegenomen.

Deze risico’s houden niet op na aankomst in Europa. Zo zijn kinderen niet alleen onderweg, maar zelfs ook binnen asielcentra in Europa bijzonder kwetsbaar voor uitbuiting, mensenhandel en geweld. Daarnaast is er een tekort aan opvangcentra die  speciaal ingericht zijn voor kinderen. Hierdoor worden sommige kinderen in detentie opgevangen met een gemiddelde duur van twee maanden. Zo geldt voor minderjarige kinderen dat er volgens Amnesty International minimaal 600 kinderen per dag zijn opgesloten in Griekenland. Over het algemeen ontbreken binnen deze detentiecentra toegang tot medische hulp, sanitaire voorzieningen of juridische hulp. Daarnaast zijn slechts in enkele detentiecentra plekken speciaal ingericht voor kinderen, waardoor zij samen met volwassenen worden opgevangen. Het mag duidelijk zijn: detentie vormt een allesbehalve gezonde omgeving voor kinderen die op de vlucht zijn.

Niet uitgesloten van risico’s

Door langdurende processen en de angst voor detentie vermelden kinderen bij aankomst in Europa vaak niet dat zij minderjarig zijn. Hierdoor ontvangen zij niet de bescherming waar ze als kind recht op hebben  en is het voor hen gemakkelijker om verder alleen te reizen. De gevaren van uitbuiting zetten zich hierdoor voort binnen de grenzen van Europa.

Ook kinderen die met hun ouders of voogden op de vlucht zijn, zijn echter niet uitgesloten van risico´s. Zo bestaat voor hen het gevaar dat hun ouders en voogden hen door stress en trauma´s niet de juiste zorg kunnen bieden of zelfs meer kwetsbaar maken voor geweld en psychisch en seksueel misbruik. Ook komt het voor dat ouders hun kinderen – vaak uit wanhoop – uitbuiten om de economische situatie van het gezin te verbeteren.

Verdrag voor de Rechten van het Kind

Alle landen ter wereld, met uitzondering van de Verenigde Staten, hebben zich gecommitteerd aan het VN Verdrag voor de Rechten van het Kind. Vier rechten staan centraal binnen dit verdrag: (1) non-discriminatie, (2) het voorop staande belang van het kind, (3) het recht op leven en overleven, en (4) het respecteren van de mening en wil van het kind. Binnen het vluchtelingendebat dienen staten de rechten van alle kinderen te beschermen, het belang van het kind voorop te stellen, het recht om te vluchten te respecteren en kinderen bijzondere bescherming te verlenen.

Uit de huidige risico´s voor kinderen blijkt dat kinderen niet gelijk behandeld worden en dat de vormen van opvang in veel gevallen niet in het belang van het kind zijn. Hierdoor slagen Europese staten er niet in om gevluchte kinderen bescherming te bieden. Dit wordt onderstreept door de Special Rapporteur on the Human Rights of Migrants die stelt dat door de criminalisering van irreguliere migratie kinderrechten worden geschonden, zoals het gebrek aan toegang tot educatie, woning, gezondheidszorg, deportatie, scheiding van ouders en negatieve stereotypering en discriminatie.

Ambitie van de SDG’s

Ondanks de huidige situatie heeft de internationale gemeenschap met de SDGs de ambitie uitgesproken om migratie veiliger te maken en kinderuitbuiting en kinderhandel te stoppen. Zo luiden twee doelen:

  • 8.7: Take immediate and effective measures to eradicate forced labour, end modern slavery and human trafficking and secure the prohibition and elimination of the worst forms of child labour, including recruitment and use of child soldiers, and by 2025 end child labour in all its forms.
  • 10.7: Facilitate orderly, safe, regular and responsible migration and mobility of people, including through the implementation of planned and well-managed migration policies.

Zowel deze ambitie als nauwe internationale samenwerking zijn van groot belang om vooruitgang te boeken in de bescherming van vluchtkinderen. Veilige routes voor vluchtkinderen staan hierbij centraal. Humanitaire visa´s en studiebeurzen kunnen voor kinderen worden ingezet om risico´s, verbonden aan hun vlucht, te verminderen. Daarnaast dienen kinderen beschermd te worden van uitbuiting, door onder andere een goede registratie, kindvriendelijke interviewtechnieken, toegang tot gezondheidsdiensten en bijzondere bescherming in alle landen waar kinderen reizen. Bij al deze interventies dienen kinderen een goede en eerlijke voorlichting te krijgen en dient er geluisterd te worden naar hun mening en visies. Door kinderrechten leidend te laten zijn bij de uitvoering van de SDG´s, kan in Europa geen (vlucht)kind onbeschermd blijven.

Share this: