Sinds 2014 verleent Terre des Hommes veel meer noodhulp dan in de jaren ervoor. De doelstelling van Terre des Hommes is het stoppen van kinderuitbuiting. Hoe past noodhulp daar in? Paul Wolters, coördinator noodhulp, geeft antwoord.

 

‘De zomer van 2014 vormt een omslagpunt. Toen sloegen honderdduizenden mensen voor IS op de vlucht, waaronder heel veel kinderen. Uit cijfers van de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties blijkt dat minstens 50% van alle vluchtelingen wereldwijd minderjarig is. Maar ook bij andere rampen zoals de tyfoon Haiyan of de ebola-epidemie zijn kinderen slachtoffer. Dus ligt er een taak voor een kinderhulporganisatie als Terre des Hommes bij noodsituaties. Sterker nog, wij zijn er van overtuigd dat kinderbescherming in noodsituaties levensreddend kan zijn. Dankzij een intensievere samenwerking met onze zusterorganisaties, die veelal gespecialiseerd zijn in noodhulp, kunnen we de benodigde hulp bieden.

Bij iedere noodsituatie zie je een grote groei van kinderarbeid

Maar noodhulp is toch heel iets anders dan de strijd tegen kinderarbeid, kinderhandel en seksuele uitbuiting van kinderen?

‘Toch niet. Kinderen zijn in tijden van nood en chaos, of dat nu oorlog is of een natuurramp, zeer kwetsbaar voor uitbuiting. Want de normale bescherming is er niet. Misschien is hun huis vernietigd, is de gemeenschap uit elkaar gescheurd, of functioneert de school niet meer. Vaak heeft een familie geen inkomsten meer. Als gevolg hiervan zie je bij iedere noodsituatie bijvoorbeeld een grote groei van kinderarbeid. En mensensmokkelaars komen juist op rampen af, op zoek naar slachtoffers. Ook het aantal kindhuwelijken neemt vaak toe. Dus ook in noodsituaties is een goede bescherming van kinderen onmisbaar’.

Maar wat heeft het bouwen van huizen op de Filipijnen, latrines in Guinee of voedsel uitdelen in Syrië daar mee te maken?

‘Het creëren van een omgeving waar kinderen zich in veiligheid kunnen ontwikkelen vraagt een brede aanpak. In iedere situatie moeten we de afweging maken wat nodig is. Soms zijn dat kindvriendelijke ruimtes voor vluchtkinderen, omdat er geen veilige speel- en leerplekken zijn. Soms zijn dat latrines en schoon water bij scholen, om besmetting met ziektes als ebola en cholera te voorkomen. Soms zijn dat huizen, om kinderen een dak boven het hoofd te geven. Meestal is het een combinatie van activiteiten.’

 

Share this: